Het Electronisch Patiëntendossier (EPD) geeft een indruk alsof ergens op een centraal punt alle informatie over uw gezondheid opgeslagen ligt.

Dat is niet helemaal het geval.

De situatie van nu is dat uw huisarts informatie over u heeft, de specialist(en) die u raadpleegt en de apotheek. Elk van hen heeft over u zijn eigen dossier.

De Minister wil nu een centraal punt instellen waar men weet welke informatie over u waar is. Als een huisarts, een apotheker of specialist meer informatie over u wil, vraagt hij u om toestemming. Als u die geeft stuurt hij een verzoek naar het centrale punt toe voor de informatie van de andere hulpverleners. Dit wordt uitgevoerd door aan elkaar gekoppelde computersystemen met programma’s die op elkaar zijn afgestemd.

Daarvoor moet een aantal wettelijke en technische zaken geregeld zijn:

  • De patiënt moet toestemming hebben gegeven;
  • De patiëntengegevens moeten electronisch zijn opgeslagen in systemen die het mogelijk maken dat andere hulpverleners ze lezen;
  • De gegevens van de patiënt moeten aan het burgerservicenummer (BSN) worden gehangen, zodat alle gegevens over een patiënt bij alle hulpverleners op dezelfde manier toegankelijk worden;
  • Er moet een schakelpunt zijn (Landelijk Schakel Punt, lsp) ;
  • De gegevens moeten goed beschermd kunnen worden (niet op te vragen of te benutten door instanties die het niet om de zorg voor de patiënt gaat en die geen toestemming hebben);
  • Er moet een sluitend toegangssysteem voor zorgverleners zijn;
  • De gegevens moeten in de nieuwe systemen goed beveiligd zijn. Niet alleen bij het Landelijk Schakel Punt, maar ook bij alle zorgverleners afzonderlijk.
De patiënten- en consumentenorganisaties willen dat daarnaast nog een paar zaken goed geregeld zijn:
  • De patiënt moet het dossier zelf in kunnen zien;
  • De patiënt moet kunnen weigeren de informatie voor een zorgverlener beschikbaar te stellen;
  • De patiënt moet de mogelijkheid hebben om bepaalde zaken niet op te laten nemen in het systeem (genoemd worden bijvoorbeeld SOA’s of psychische aandoeningen);
  • De patiënt moet eigen aantekeningen (zelfmedicatie; andere zienswijze) toe kunnen voegen;
  • De patiënt moet kunnen zien wie er allemaal inzage hebben gehad in zijn gegevens;
  • Goede controle op de naleving van de gegevensbescherming.

Momenteel zijn op tal van punten de zaken nog niet geheel op orde. Dat geldt voor de techniek, de privacy-aspecten, de toegang voor de patiënt en voor de beveiliging.

 
Tegelijkertijd wordt er natuurlijk ook al gesproken over de mogelijkheid om de informatie Europees uit te wisselen. Het zal duidelijk zijn dat daarvoor de bovengenoemde zaken nog eens 'in het kwadraat' aan de orde komen.

Hoever zijn de ontwikkelingen
In de eerste fase van het EPD zijn er twee toepassingen mogelijk:

  • Zorgverleners kunnen informatie inzien/uitwisselen over medicijnen;
  • Waarnemend artsen en huisartsen kunnen beperkt informatie uitwisselen.

Andere zorgverleners dan hierboven genoemd, zoals psychologen en fysiotherapeuten, kunnen het EPD niet inzien. Zorgverzekeraars, werkgevers of Arbo artsen kunnen geen gebruik maken van het landelijk EPD en kunnen uw medische gegevens dus niet inzien of opvragen.

Gedurende 2009 kan de patiënt uitsluitend gegevens inzien door deze op te vragen bij de zorgverlener. Men wil eind 2009 het systeem zover op orde hebben dat patïënten ook thuis achter hun PC de eigen gegevens in kunnen zien.

 

Overheidsinformatie over het EPD